Het ging niet zo goed met Koens vader. Lichamelijk had Peter al langer klachten, maar nu gingen ook zijn geestelijke vermogens bijna met de week achteruit. Hij begon namen te vergeten en ook de verjaardagen van zijn kinderen en kleinkinderen kon hij zich steeds vaker niet meer herinneren. Hij vergat waar hij zijn sleutels had neergelegd en zijn portemonnee was hij wel drie, vier keer per dag kwijt. Onlangs nog had hij een ketel op het gas laten staan. Het water was volledig verdampt en de flat in een buitenwijk van ‘s-Hertogenbosch, waar Koens ouders al meer dan dertig jaar woonden, stonk een uur in de wind. Godzijdank kwam Koens oudste broer Peter-Jan op dat moment langs.
Ook autorijden ging hem steeds slechter af. “Het wordt steeds voller op de wegen. Rijden in het donker doe ik al helemaal niet meerâ€, zei hij tegen Koen. Ze stonden in de lentezon bij zijn auto, die op het grote parkeerterrein voor de flat geparkeerd stond. De eens zo prachtig glimmende Ford Ka zag er, hoewel er slechts 7.000 kilometer op de teller stond, oud en afgeleefd uit. De vijf jaar oude auto was groen uitgeslagen. De rotzooi van de lindebomen lag als een smerige drab op het dak, de kofferbak en de motorkap.
“Kijkâ€, en hij wees op een deuk in de bumper van zijn autootje, “ik wilde je die deuk even laten zien. Ik weet niet hoe die daar is gekomen. Waarschijnlijk is er iemand tegen de auto aangereden.â€
“En die kras dan en die deuk daar in het portier? Hoe kom je daar dan aan?â€
Peter haalde zijn schouder op. “Ik zou het niet weten…â€
“Wordt het niet eens tijd, vaderâ€, Koen probeerde zo voorzichtig mogelijk te formuleren, “om je auto weg te doen. Je rijdt er bijna nooit meer in; je zegt zelf dat je autorijden eigenlijk niet meer aandurft en dat ding staat hier maar…â€
“Ja en dan? Hoe moeten je moeder en ik dan naar de stad?â€
“Je gáát nooit meer naar de stad. Je zegt zelf dat je de drukte van al die mensen niet meer aankunt, dat je parkeren in het centrum veel te duur vindt en Peter-Jan koopt kleren voor jou en moeder.â€
“We doen toch de boodschappen bij de supermarkt. Nou, dan heb ik heus wel een auto nodig hoor, mister wiseguy…†De buurtsuper was tweehonderd meter verderop.
Koen zuchtte. “Zou een brommobiel niks voor jou zijn?â€
“Een wat?â€
“Nou, zo’n 45-kilometer autootje.â€
“Ja houdoe, zie je mij rijden in zo’n ouwe lullen ding. Ik ga nog liever dood.â€
Koen probeerde het nog een keer: “Die autootjes zijn vreselijk handig, hoor. Je kunt boodschappen blijven doen. Dat wil je toch zo graag. Het is een stuk veiliger dan een gewone auto. Je kunt niet zo hard, dus… De snelweg ga je toch niet meer op en in de stad kun je met zo’n karretje gratis parkeren. Ik neem de Ka wel van je over. Denk er nou nog eens over na.â€
“Daar hoef ik niet over na te denken. Ik zie mezelf al rijden is zo’n invalide-karretje. Geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt.†Dat zijn er al niet zo veel meer, dacht Koen, maar hij hield wijselijk zijn mond.
Veertien dagen later telefoneerde Peter met Koen: “Jongen, ik ben tegen een betonnen paaltje gereden. Je moeder schrok zich dood en ze zei dat ze niet meer in de auto wil stappen…†Koen zei niets.
“Ben je daar nog?â€
“Ja, maar wat moet ik zeggen dan?â€
“Nou, misschien is zo’n bromding dan toch wel iets voor mij?â€
“Ja vader, ik denk dat een bromding echt is voor jou is. Zal ik een afspraak maken bij Brommobiel Centrum Henk van Veen, in Vught?â€
“Ja, doe dat maar.†Er lag berusting in Peters woorden verscholen. Niet voor de eerste keer moest hij schoorvoetend toegeven dat hij steeds minder zelfstandig kon. Hij kon niet anders dan toegeven dat hij oud, écht oud was.
“Dus meneer uw vader zoekt een gebruikte brommobiel. Nou, dan bent u hier aan het juiste adres. Wij hebben meer dan honderd tweedehands modelletjes staan, waar uw vader zijn vingers bij af kan likken.’’ De verkoper wreef zich in zijn handen, zoals alleen autoverkopers dat kunnen.
“Is hij nog een beetje goed ter been, heeft hij een rijbewijs, hoe oud is uw vader als ik vragen mag?’’ Voor Koen er een woord tussen kon krijgen ging de verkoper verder: “Hoeveel denkt uw vader uit te willen geven? En wat…?.
“Hij loopt dáár hoorâ€, zei Koen en wees naar zijn vader die met zijn handen op zijn rug door de showroom schuifelde. Aan zijn gebogen, vijandige houding was te zien dat hij hier tegen zijn zin was.
“Wat zoekt u precies?â€, vroeg de dealer aan Koens vader.
“Een brommobiel, zegt mijn zoon.â€
“Ja, dat begrijp ik, maar welk merk? Wij verkopen nogal wat verschillende soorten. Zoekt u een Microcar, een Aixam, een Chatenet of heeft u liever een Ligier of een JDM?†Hulpeloos zocht Peter de ogen van zijn jongste zoon. Die kwam zijn vader redden.
“Dat doet er niet zo veel toe. Als vader maar goed kan in- en uitstappen en er gemakkelijk mee zijn boodschappen bij de supermarkt kan doen.â€
“Dan is deze wellicht iets voor u.â€
Ze liepen naar een groen karretje dat er inderdaad vrij blits uitzag.
“Dit is een JDM Abaca. Groen metallic, een twee cilinder Yanmar diesel, lichtmetalen velgen, parkeerhulp sensoren…â€
“Wat zijn dat?â€
“Die helpen u bij het inparkeren, meneer Willems. Hij gaat piepen als u te dicht bij, zeg bijvoorbeeld een paaltje komt…â€
“Die neem ik.â€
“Maar vader, kijk nou eerst nog even verder rond. Er staan hier nog veel meer modellen.â€
“Nee, deze wordt ‘t. Ik vind die groene kleur ook wel mooi.†Peter had zijn besluit genomen. Niets kon hem daar meer vanaf brengen.
“Een hele goeie keus, meneer. Deze JDM is van de eerste eigenaar, hij is nog geen drie jaar oud en heeft krap aan 14.000 kilometer op de teller staan. En dit type JDM heeft – heeft u dat gezien? – lederen bekleding. En dat allemaal voor slechts 8.950 euro. Een hele goeie keus…â€
“Hoeveel?†Koen kon zijn verbazing over zo’n hoge prijs niet verbergen.
“8.950 euro. Maar vergeet niet meneer dat deze autootjes hun waarde altijd blijven houden. De vraag is groot en het aanbod is relatief klein. Ze worden nooit afgereden…†Nee, dacht Koen, de eigenaren zijn dan allang dood.
“Maar 9.000 euro. Dat is nogal wat.â€
“8.950 euro en dan hebben we het nog niet over het warmtewerend glas gehad…â€
“Kan mijn vader hier goed in rijden?â€
“Ach meneer, iedereen kan in een brommobiel zo inrijden. Geen versnellingsbak, begrijpt u. Een kind doet de was. Uw vader heeft ook geen rijbewijs nodig. Dat wil zeggenâ€, en hij wendde zich weer tot Koens vader, “uw A-rijbewijs kan zo worden omgezet in een AM-rijbewijs. Een medische keuring is niet eens nodig. Ik zie hier zo veel mannen van uw leeftijd die dolgelukkig zijn met hun brommobiel. En de JDM, ja dat is echt wel top of the bill.â€
“Ik geef u 8.000 euro.†Koen was geen held in onderhandelen, maar niet geschoten was altijd mis, dus hij probeerde maar eens wat.
“8.950 euro. Ik verzeker u dat deze JDM elke euro waard is.â€
Peter draaide zich naar Koen en zei op gemelijke toon: “Zit nou niet te zeuren om die paar centen. We nemen dat ding. Het is mijn geld. Jij hoeft er niet in te rijden. Hou op, man!â€
Een week later werd de brommobiel bij Koens vader afgeleverd. Koen was toevallig op dat moment bij zijn ouders.
“Laten we meteen maar een ritje maken, hè vader?â€
“Ja leuk. Let maar eens op, jongen, ik scheur er zo mee weg. Ik rijd al sinds 1957 auto, dus zo’n brommer op vier wielen kan ik er ook nog wel bij hebben. Ik heb ook nog scooter gereden, wist je dat? Een Goggo.â€
Nou, dat ‘wegscheuren’ viel dus tegen. Koens vader reed als een bezetene door de buitenwijken van de stad. Hij keek op noch om, negeerde stoplichten en drukte keer op keer het gaspedaal en de rem gelijktijdig in. Het autootje stuiterde dan vervaarlijk door de straat.
“Ik moet nog even wennen, jongen. Alles is veel kleiner dan in een echte auto. Maar wat rijdt-ie lekker hè. Het motortje maakt wel veel lawaai. Maar och, ik hoor de laatste tijd wat minder, dus daar heb ik niet zo veel last van…â€
Drie proefritten, vier bijna-ongelukken en één bon – wegens rijden op het trottoir – later was de stemming helemaal omgeslagen.
“Ik geloof dat ik het niet meer kan. Autorijden, bedoel ik.â€
“Nee, ik geloof het ook niet vader.â€
“Bevalt de JDM niet?â€
“Jawel of nee, eigenlijk niet. U zei ons dat mijn vader er zo in weg zou kunnen rijden. Ik kan u verzekeren, het lukte hem niet. Hij kan er niet mee overweg.â€
“Dat is de eerste keer dat ik zoiets hoor. Ik heb nog nooit klachten gehad. Merkwaardig, heel merkwaardig.â€
“Hoe het ook zij, ik wil ‘m weer inruilen.â€
De brommobielhandelaar begon bedenkelijk te kijken. Hij wreef eens aan zijn neus en over zijn kin en antwoordde uiteindelijk:
“Ik kan u er 6.950 euro voor geven.â€
“Wat?! Een paar weken geleden heeft mijn vader er bijna 9.000 euro voor betaald…â€
“8.950 euro…â€
“…en u verzekerde ons dat dit soort voertuigen†– als Koen boos werd ging hij steeds formeler praten – “hun waarde altijd behielden. Er is niets mee gebeurd. Mijn vader heeft er hooguit twintig kilometer mee gereden en er zitten heus geen kassen op, hoor.â€
“Ja, nee dat geloof ik ook wel. U ziet er uit als een betrouwbaar iemand, maar er is net een nieuw model op de markt en dan gaat het snel hoor. Gelooft u mij, ik heb het zelf niet in de hand. Het is de markt die de prijs bepaalt. Ik zou een dief van mijn eigen portemonnee zijn als ik u meer dan 6.950 euro zou geven. En dan ben ik nog schappelijk.â€
“Schappelijk, schappelijk? U bent geen dief van uw eigen portemonnee, u bent een dief, punt!â€
Koen beende de zaak uit, stapte in zijn vaders brommobiel en vervloekte Henk van Veen, alle brommobiel- en andere autohandelaren en meteen ook maar alle misselijkmakende middenstanders. “Tuig is het, rapalje, schorem.â€
Nog diezelfde week heeft Koen de JDM te koop aangeboden op Tweedehands.net, Marktplaats.nl, Ebay.nl, Aanbod.nl en zelfs op de Friese site Merkeplaets.nl, maar op geen van deze sites werd meer dan 5.500 euro geboden. Hij heeft kaartjes opgehangen bij een aantal supermarkten en hij heeft bij Jan en alleman met het autootje lopen zeulen. Het wilde maar niet lukken. Het geld dat zijn vader voor de brommobiel had betaald kreeg hij in de verste verte niet terug.
Uiteindelijk heeft hij een advertentie in de regionale en drie lokale kranten gezet. Op die annonce kwam een vrouw af van zijn leeftijd. Ze was nog mooi om te zien – “Leuk opgedroogd†zou Koens vader zeggen – al keek ze wat zorgelijk.
“Hij is voor mijn vader. Het gaat niet zo goed met hem. Hij heeft al langer lichamelijke klachten, maar de laatste maanden gaan ook zijn geestelijke vermogens achteruit. Hij begint namen te vergeten en ook de verjaardagen…â€
“Ja, ja, het is goed. Wat geeft u ervoor?†Na de ellendige weken die hij achter de rug had, kon Koen zelfs de meest elementaire fatsoensregels niet meer opbrengen. Het speet hem voor zijn bezoekster.
“4.950 euroâ€
“Deal, neemt in godsnaam mee dat ding.â€
© Wim Kunst, mei 2011